Terugblik 10e museummeet naar Kunstmuseum Den Haag en Beelden aan Zee

22 december 2019 was er een dubbele museummeet. ’s Morgens gingen we naar het Kunstmuseum en ’s middags naar Beelden aan Zee. Een mooie afsluiting van het jaar!

In april organiseerde ik de eerste museummeet. Niet alleen, maar gezellig met een groepje mensen naar het museum, dat leek me leuk. En het is ook leuk! Sinds april heb ik in 9 musea mooie tentoonstellingen gezien met allemaal aardige mensen. Een aantal mensen gaat regelmatig mee en zijn ondertussen al goede bekenden aan het worden. Hoe fijn is dat! En om het jaar goed af te sluiten, leek het me leuk om aan het eind van 2019 museummeet nummer 10 te organiseren. Zondag 22 december waren we dus in de stad waar we al eerder waren, Den Haag!

Omdat ik zowel Monet als Niki de Saint Phalle wilde zien had ik gewoon beide musea op de planning gezet.. Dus na het bezoek aan Monet, gingen sommigen van ons door naar museum Beelden aan Zee in Scheveningen.

In Kunstmuseum Den Haag (voorheen het Gemeentemuseum) is tot 2 februari een tentoonstelling van Monet, de schilder van de wereldberoemde waterlelies. Je ziet veel grote schilderijen van bloemen die dienden ter voorbereiding van zijn topstuk Grandes Decorations, een schilderij van 2 bij 91 (!) meter dat te zien is in het Orangerie Museum in Parijs. Door de app van het Kunstmuseum die je op je telefoon kan downloaden leer je veel over het leven van Monet en zijn schilderijen. Voor deze tentoonstelling geldt ook een toeslag van 3,50 euro en het is verstandig om van te voren een e-ticket bestellen via de website.

In museum Beelden aan Zee zijn nu 3 tentoonstellingen: naast de kleurrijke beelden van Niki de Saint Phalle, zijn er beelden van Adriaan Rees en van Klaas Gubbels te zien. Ik vond vooral de beelden van Niki de Saint Phalle en Klaas Gubbels erg mooi. Het levensverhaal van de Saint Phalle hebben grote invloed gehad op haar beelden. Als je de film over haar leven hebt gezien, kijk je toch een beetje anders naar de beelden, vond ik. Voor deze tentoonstellingen is er een toeslag van 3.50 euro.

Nadat we museum Beelden aan Zee hadden bezocht, eindigden we de dag met een drankje in het Kurhaus, eigenlijk ook een soort museum šŸ™‚

Studiereis naar Amerika

Begin november mocht ik mee op studiereis naar het Volunteer State Communicty College in Gallatin, Tennessee. Een interessante en boeiende reis! In mijn blog vertel ik hoe ik deze reis heb beleefd.

Begin november mocht ik met een aantal collega’s (docenten, managers) van mijn school, het Gezondheidszorgcollege van ROC Midden Nederland, op studiereis naar Amerika. Misschien heb je op Instagram mijn foto’s hiervan al voorbij zien komen. Een week lang waren we te gast op het Volunteer State Community College (ook wel Volstate genoemd) in Gallatin, Tennessee en kregen we informatie over de diverse opleidingen daar. Ons doel was om te zien of en hoe er in Amerika (en dan vooral op deze school) aandacht was voor positieve gezondheid en ‘urban vitality’. Het was fantastisch om een week te worden ondergedompeld in een andere wereld met andere gewoontes en gebruiken. Leerzaam, interessant en verrassend.

Met een dag vertraging door problemen met een vliegtuig, kwamen we op zondagavond in Nashville aan. Voor mij was dit het eerste bezoek aan Amerika. De tussenstop in New York vond ik fantastisch. Vanuit de lucht die bekende, enorm grote stad zien, was bijzonder, al die lichtjes, die enorme torens, de grootte van de stad. Het ging mijn voorstellingsvermogen te boven. Tegen middernacht kwamen we in ons hotel aan, de volgende ochtend was ons eerste bezoek aan de school.

De eerste dag stond vooral in het teken van de opleiding Verpleegkunde. Voor mij was dat de meest interessante dag, vooral omdat ik als oud-verpleegkundige nu werk als docent Nederlands en omgangskunde op de opleiding voor verzorgende-ig en maatschappelijk zorg. Ik was heel benieuwd hoe de opleidingen voor verpleging en verzorging in Amerika eruit zouden zien. Naast een rondleiding en een gesprek met het hoofd van de opleiding op Volstate, bezochten we ook de opleiding op de Union University. We zagen gemotiveerde studenten ijverig studeren, we zagen de skillslabs (verpleegkundige oefenruimtes) die vergelijkbaar waren met onze ruimtes, maar ook prachtige ruimtes waarin allerlei situaties gesimuleerd kunnen worden met oefenpoppen met vernuftige techniek waarmee je allerlei lichamelijke toestanden en veranderingen kan nabootsen. Afhankelijk van de acties van de student verbetert of verslechtert de situatie van de ‘patiĆ«nt’. De Union University beschikt ook over 2 lichamen van overledenen die gebruikt worden voor het onderwijs. Er is zelfs een wachtlijst van mensen die na hun dood hun lichaam ter beschikking willen stellen voor het onderwijs!

De opleidingstructuur in Amerika is anders dan bij ons. Ik vond het soms lastig om te begrijpen hoe je het niveau van de opleidingen kan vergelijken met onze opleidingen op mbo of hbo. Een community college zoals wij dat bezochten, biedt meestal een tweejarige opleiding. Het niveau is een beetje vergelijkbaar met onze mbo niveau 4-opleidingen. Na die 2 jaar kan je eventueel verder studeren op een University, maar je kan meestal ook al aan de slag met het dan behaalde diploma. Wat wel duidelijk was, is dat je niet zomaar op een opleiding komt. Behalve dat zo’n opleiding enorm veel geld kost, we hoorden over bedragen van 35.000 tot 60.000 dollar aan schoolgeld, wordt er ook gekeken naar je resultaten die je op je vooropleiding hebt behaald. Studeren is niet voor iedereen weggelegd, zoveel is wel duidelijk. Studenten met motivatieproblemen komen op deze opleidingen dan ook niet of nauwelijks voor. Verder vond ik het opvallend dat de gemiddelde klas niet groot was, maximaal 16 studenten, als ik het me goed herinner. Dat is toch iets anders dan onze groepen van 25 tot 30 studenten.

In de rest van de week bezochten we ook andere opleidingen, zoals die voor optometrist, rƶntgenlaborant, doktersassistent en slaapdiagnosticus. Op de opleiding voor tandartsassistente waren het vooral de studenten die ons lieten zien wat ze allemaal leerden op de opleiding. Dat vond ik echt super leuk. Die meiden waren zo enthousiast over hun opleiding. Ze waren gemotiveerd en vonden het zichtbaar leuk om te laten zien wat ze allemaal al hadden geleerd.

Op de eerste dag werden we uitgebreid rondgeleid over de campus door Erica, zij is student en een enthousiaste ambassadrice van Volstate. We spraken de directeur van de school en bezochten natuurlijk ook de schoolkantine. Waar we in Nederland erg bezig zijn met gezonde schoolkantines, was hier nog een aardige slag te slaan op dat gebied. Bij binnenkomst liepen we gelijk tegen een kast met diverse gefrituurde versnaperingen aan met daarachter een enorme hoeveelheid sauzen!

Later in de week bezochten we een ziekenhuis en hoorden we over de problemen die ze ook in de VS hebben om goed en gekwalificeerd verpleegkundig personeel te vinden. We begrepen wel dat je als verpleegkundige over het algemeen beter betaald wordt dan in Nederland. Opvallend was dat zij ook merken dat (jonge) mensen minder communicatief vaardig lijken te zijn. Het ziekenhuis biedt daarom jonge verpleegkundigen een eigen opleiding aan waarin ze onderwezen worden in de zogenoemde 21ste eeuw-vaardigheden, zoals samenwerken, communiceren, kritisch denken en zelfreflectie.

Op onze laatste middag op Volstate waren we aanwezig bij een bijeenkomst voor First Generation-studenten. Dit zijn studenten die de eerste in hun familie zijn die een vervolgopleiding starten. Op die bijeenkomst hoorden zij de verhalen en tips van First Generation-studenten die hen waren voorgegaan, zoals de directeur van de school, de decaan van een van de opleidingen, docenten, studenten. Een aanmoediging voor die mensen die als eerste van hun omgeving de kans krijgen om verder te studeren. Een inspirerende middag.

Verder zijn we ook een paar keer naar Nashville geweest. We gingen downtown naar Broadway waar de Honky-tonks zijn. Een honky-tonk is een bar waar zangers hun countrymuziek spelen voor het publiek en waar je lekker je drankje drinkt en een hapje kan eten. Met een paar collega’s lieten we ons rondrijden door de hop-on-hop-off-bus en we bekeken de Country Music Hall of Fame and Museum. In het museum staat onder andere een met goud beklede Cadillac van Elvis Presley, maar je ziet vooral de geschiedenis van de country muziek. Natuurlijk zijn we ook in de Wallmart en in een mall geweest! Deze (mid)dagen voelden echt een beetje als vakantie.

Na zo’n reis maak je de balans op: wat heb ik geleerd, wat neem ik mee? Mijn gevoel is dat ons onderwijssysteem toegankelijker is voor mensen die een vak willen leren. Natuurlijk kost ook in Nederland het studeren geld, maar het is bij ons makkelijker om op een opleiding te komen. Bij de meeste opleidingen wordt niet gekeken naar eerder behaalde resultaten, maar alleen naar de vooropleidingen die je nodig hebt. Hoewel ik de studenten die we hebben ontmoet in Amerika, over het algemeen gemotiveerder vond dan onze studenten, denk ik toch dat ons systeem beter is en meer mogelijkheden biedt. Anderzijds, in Amerika kan je na je middelbare school gewoon aan het werk, in Nederland moet je eerst een startkwalificatie halen. Dat zorgt er natuurlijk ook voor dat niet iedere Nederlandse mbo-student gemotiveerd is. Je moet immers naar school!

Op het gebied van urban vitality en positieve gezondheid gebeurde er nog maar weinig op de scholen die wij bezochten. Aan sport wordt wel aandacht besteed, maar gezond eten en leven is minder een item. Het aantal te zware mensen, de hoeveelheid afhaalrestaurants en het vele ongezonde en calorierijke eten was soms schrikbarend om te zien. En even een stukje fietsen of wandelen zoals wij dat vaak doen in Nederland lijkt in Amerika, of in ieder geval in Tennessee, niet gebruikelijk. Op Volstate werd overigens wel aandacht besteed aan psychologische ondersteuning en was er zelfs een soort van voedselbank voor arme studenten. Vooral dat laatste vond ik, hoewel triest dat het nodig is, wel een erg mooi initiatief.

Een week mogen kijken in een vreemde keuken vind ik bijzonder. Net als een eerdere studiereis die ik met mijn vorige werk maakte naar Berlijn, vond ik ook deze reis inspirerend. Het voelt als een snoepreisje, snoepen uit een trommel met vreemde snoepjes, nieuwe indrukken opdoen en gevoed worden met de kennis en ervaring van anderen. Ik heb genoten en kan het iedereen aanraden om eens op een studiereis mee te gaan en te kijken hoe men elders werkt. Dat inspireert en motiveert!

En Amerika? Ja, het was net als in de film. De gele schoolbussen, de vele elektriciteitskabels, de grote auto’s, enorme gebouwen en de huizen met de veranda’s, ik heb het allemaal gezien. Maar een week is te kort om alles te zien wat je wil zien. Ik had zo veel meer willen bekijken en ervaren, maar dat gaat natuurlijk niet in een week. Dus ja, ik ga zeker een keer terug naar Amerika om dat land beter te leren kennen. En dan hoop ik langer dan een week te kunnen gaan. Maar dit was een geweldige reis, en ik ben heel dankbaar dat ik die heb mogen maken. Het was de jetlag meer dan waard!

Terugblik op de Museummeet bij Museum More

In de Facebookgroep Museummatchgroep was al een paar keer het idee geopperd om museum More te bezoeken. Naast de vaste collectie is er sinds 15 september de tentoonstelling For Real, Britse schilderkunst uit de jaren ’20 en ’30. Het was dus tijd om het museum eens te vereren met een bezoekje. 12 oktober gingen we met een groepje van 5 dames naar museum More!

Net als de vorige museummeets spraken we af in het museumcafĆ©, in dit geval dus CafĆ© More. Met een kop koffie even gezellig bijkletsen is een leuke start van zo’n ontmoeting. Rond half 12 gingen we het museum in. Voor de meesten van ons was dit een eerste kennismaking met dit museum, en die is ons niet tegengevallen. Op de begane grond zie je kunstwerken uit de vaste collectie. Je krijgt een mooi beeld van het modern realisme door de variatie van schilders en kunstwerken. Op het eerste gezicht lijken de meeste schilderijen een natuurgetrouwe kopie van straten, landschappen en mensen. Maar door de manier van schilderen zijn de beelden meestal toch vervreemdend, afstandelijk, en daardoor intrigerend.

De wisseltentoonstelling FOR REAL Britse Realisten uit de jaren ’20 en ’30 op de eerste verdieping tonen beelden uit het interbellum. Mooie schilderijen die landschappen tonen, portretten van mensen, beelden van tuinen. Ook al wordt er uitleg gegeven bij de tentoonstelling, miste ik soms toch wat toelichting bij sommige schilderijen. Ik had af en toe het gevoel dat ik het verhaal achter het beeld miste. Ik heb dan het gevoel dat de schilder me iets wil vertellen, maar dat ik dat verhaal niet versta, omdat ik zijn taal niet versta. Dat vind ik dan jammer.

Toch heb ik weer genoten van dit museumbezoek. Het museum is bijzonder als gebouw, de kunst is boeiend en het gezelschap was weer top! Het was overigens, zeker in de middag, best druk in het museum. Deze regenachtige zaterdag was misschien ook wel zeer geschikt voor een museumbezoek. Zeker met de auto is het museum goed bereikbaar.

Met Ellen ben ik na de lunch nog even door het dorp gelopen en wij vonden het ook een heel gezellig en mooi dorp. Ook de natuur rond het dorp is mooi. Op een zonnige dag is het natuurlijk helemaal een fijne bestemming voor een dagje uit. Daarom: Museum More in Gorssel is een aanrader! Een volgende keer wil ik ook zeker Kasteel Ruurlo bekijken, ook onderdeel van museum More, want het Modern Realisme heeft me deze middag meer aangesproken dan ik van te voren had verwacht.

21 september 2019 museummeet Kunsthal Rotterdam

Rotterdam is een stad die ik de laatste paar jaar een beetje beter heb leren kennen. Wat is er veel te zien in die stad! Veel architectuur, veel kunst op straat en mooie musea.

In de Kunsthal was er in 2019 een tentoonstelling van het werk van de Portugese kunstenares Joana Vasconcelos. Deze dame maakt grote sculpturen en installaties, die heel verrassend schijnen te zijn. Zelf kende ik deze kunstenares ook niet, maar de beschrijving op de website van AvroTros maakte mij nieuwsgierig. Daarom gingen we eind september met een paar dames naar Rotterdam! We hadden een gezellige dag!

Terugblik op museummeet Beelden aan Zee

Tijdens ArtZuid en in Caen (Frankrijk) kwam ik de fascinerende hoofden van de kunstenaar Jaume Plensa tegen. Toen ik een foto hiervan op mijn instagrampagina plaatste, kreeg ik als reactie allerlei plekken waar nog meer beelden van deze Spaanse kunstenaar staan en de opmerking dat in Beelden aan Zee een tentoonstelling van zijn beelden is. Daarmee was voor mij de eerste bestemming voor een museummeet na de vakantie al gelijk duidelijk en dus gingen we op de laatste dag van augustus naar museum Beelden aan Zee.

Er hadden zich zowel oude bekenden als nieuwe mensen aangemeld en dus werden er weer veel handen geschud en namen genoemd en zaten we al snel gezellig met elkaar te kletsen. Maar we kwamen natuurlijk voor de kunst. Voor het museum hadden we al de grappige sprookjesbeelden van Tom Otterness zien staan en in het museum en op het terras zagen we al de indrukwekkende sculputeren van Jaume Plensa. In de filmzaal waren 2 films te zien over het werk van deze Spaanse kunstenaar en die vond ik erg interessant. De manier waarop Plensa naar kunst kijkt en vooral zijn visie op kunst in de openbare ruimte sprak mij erg aan. Hij vindt dat de kunst onderdeel van de omgeving moet zijn, mensen hoeven het niet te zien als kunst. En hoewel je om zijn metershoge hoofden niet heen kan, zijn ze inderdaad een onderdeel van de omgeving. Daarnaast heeft hij de mooie uitspraak: Don’t touch, caress! Niet aanraken, strelen! Hij nodigt je uit om de beelden vooral te beleven.

In het museum staan behalve de welbekende hoofden ook beelden van metaal met letters en tekens. In de grote zaal die je bij binnenkomst direct ziet, staan een aantal beelden van een man (Plensa zelf) die op de grond zit en een boom omarmt. Op de figuren staan de namen van rivieren. Plensa houdt van taal en poƫzie. Taal verbindt en voor zijn beelden gebruikt hij graag de letters uit de 8 verschillende schriften die er bestaan. Deze tekens zie je terug in de stalen beelden, ze hangen aan de binnenkant van de beelden en maken geluid door de beweging van de wind.

Behalve de beelden van Jaume Plensa is er ook een vaste collectie te zien, een gipsotheek en is er een ruimte waarin je de lichaamsdelen van kunstenaar Itamar Gilboa ziet in de tentoonstelling Body of Work. In de gipsotheek kwam ik een aantal gipsen tegen die we afgelopen zomer ook in de beeldentuin van Kasteel Nijenhuis hadden gezien, zoals het beeld van Wilhelmina en de beelden van het Hildebrand-monument. Grappig.

Na het museumbezoek zijn we met een paar mensen lekker gaan lunchen in een van de vele strandtenten op Scheveningen en daarna hebben we nog de beelden die aan de buitenkant van het museum staan bekeken. Ter ere van het 25-jarige bestaan van museum Beelden aan Zee komen de twee vrouwenhoofden misschien nog een jaar te staan in de Hofvijver, las ik op internet. Daarvoor moet wel genoeg sponsorgeld voor het vervoer worden ingezameld. Hoever het met die inzamelingsactie staat, kan ik niet vinden, maar ik hoop dat dit doorgaat.

Wat mij betreft hadden we weer een leuke museummeet en ik ben al weer aan het nadenken over een volgende ontmoeting. Dat zou best eens Groningen kunnen worden, maar Voorlinden behoort ook nog tot de mogelijkheden. Heb je andere goede ideeƫn? Laat maar horen!

Terugblik Museummeet juli 2019 Museum Jan van der Togt en ArtZuid

Museummeet 6 juli Museum Jan van de Togt en ArtZuid

In de zomer van 2019 zag ik het Amsterdamse deel van ArtZuid. Er was ook nog een kleinere route in Amstelveen met vooral werk van Klaas Gubbels. Ter gelegenheid van diens 85e verjaardag was er een tentoonstelling van Klaas Gubbels in Museum Jan van der Togt. Deze tentoonstelling bezochten we in juli tijdens een museummeet in combinatie met de Amstelveense route van ArtZuid. Op deze beeldenroute staan onder andere vijf beelden van Klaas Gubbels. De liefhebber kan daarna zo verder met het Amsterdamse deel, dat ook zeer de moeite waard is! Hieronder zie je een aantal beelden van het Amsterdamse deel van ArtZuid.

Traditiegetrouw begonnen we met een kop koffie om met elkaar kennis te maken of even bij te praten. Dit keer niet in het museum, omdat daar geen museumcafƩ is, maar we kregen als tip La Gare op de Stationsstraat 1. Dat is op 1 minuut lopen van het museum. Na de kop koffie gingen we dus naar het museum en genoten daar niet alleen van de leuke expositie van Klaas Gubbels, maar we zagen ook de vrolijke kunst van de Japanse kunstenaar Ayako Rokkaku. Verder mochten we een bezoekje brengen aan de woning van mede-oprichter Jan Verschoor, waar ook prachtige kunst staat. Hieronder een kleine impressie van ons bezoek.

Meer bloemen, meer insecten!

Bee happy!

Met al die vrolijke bloemenvelden lukt dat wel.

Bij Natuurmonumenten in ‘s-Graveland is er een heel weiland met bloemen en staan er diverse insectenhotels.

Maar ook de voorheen keurig aangelegde plantsoenen veranderen in vrolijke veldbloemenweiden.

En de volgende stap: een heleboel bomen planten! Goed voor schaduw in warme periodes en het helpt het CO2-probleem op te lossen.

Ik word er vrolijk van. BE HAPPY!!

Meet me at the museum

Gisteren was er al weer de 4e museummeet en het was weer fijn! Met een paar mensen een museum ontdekken, is gewoon gezellig. Een paar maanden geleden bedacht ik dit concept en ik heb er tot nog toe geen spijt van gehad. Ik heb allemaal aardige mensen ontmoet en met hen 4 mooie musea gezien. Daarom nu een kleine terugblik naar hoe het begon en verder ging.

Begin april kreeg ik een uitnodiging voor de museummatchavond die door de organisatie van Museumkaart jaarlijks wordt georganiseerd. Vorig jaar was dat ook gezellig, omdat je op zo’n avond heel makkelijk in gesprek komt met de andere bezoekers. Op de site van Museumkaart kan je ook op zoek naar een maatje om een museum te bezoeken. Een leuk idee, maar waarom maar met Ć©Ć©n iemand naar het museum, waarom niet met een groepje mensen? Het idee van de Museummatchgroep was geboren. En om het idee gelijk goed op de kaart te zetten, organiseerde ik de eerste museumontmoeting naar de tentoonstelling van Erwin Olaf. Met succes, want voor de eerste keer op 20 april meldden zich al gelijk 8 mensen aan! We spraken af in het museumcafĆ© van het Gemeentemuseum Den Haag, maakten kennis en dronken koffie en bezochten vervolgens het museum en de bijzondere tentoonstelling van Erwin Olaf. Ieder in zijn eigen tempo, maar onderweg kwamen we elkaar tegen. Sommigen liepen gezamenlijk op, anderen hadden genoeg aan de toevallige ontmoetingen met elkaar.

De tweede museummeet , zoals ik de ontmoetingen was gaan noemen, vond 18 mei plaats in het Centraal Museum in Utrecht. Het was heerlijk weer en we konden beginnen met koffie in de museumtuin! Nu bestond de groep al uit zo’n 10 mensen. De expositie van Jessica Stockholder vonden sommigen tegenvallen, maar dat werd ruimschoots goed gemaakt door de vele andere tentoonstellingen die er op dat moment waren, zoals Rietvelds lattenleunstoel 10x anders, Frank Van den Broeck, Joyce Vlaming, de tentoonstelling Moed en de tekeningen van Peter Vos. Daarnaast is er een mooie vaste collectie en natuurlijk het atelier van Dick Bruna. We hebben ons zeker vermaakt, zowel in het museum als buiten in de tuin.

De derde museummeet ging naar Zwolle, de Fundatie. Daar kan je deze zomer naar de Zomerexpo Europa, de beelden van Charlotte van Pallandt en de bijzondere schilderijen van Michael Triegel. We begonnen wederom met koffie op het terras van het tegenoverliggende etablissement en halverwege ons bezoek kwamen we daar terug voor een lunch, die zo gezellig was dat we bijna 2 uur later pas afrekenden! Een paar mensen ging na de lunch huiswaarts, maar met de rest liepen we nog een keer het museum in, om daar om 5 uur vriendelijk, maar beslist naar buiten te worden gestuurd. Echt een supergezellige en leuke middag!

De laatste museummeet voor de vakantie was 6 juli. Er melden zich veel mensen aan en ook weer af, maar uiteindelijk bezochten we met zijn vieren het museum Jan van der Togt in Amstelveen. Jan van der Togt was de man van de Tomado-fabriek, die na zijn werkzame leven een mooie kunstverzameling aanlegde. We bezochten het museum en liepen aansluitend een klein deel van de Amstelveense route van ArtZuid waar ook een aantal beelden van Klaas Gubbels staat. Naast de vaste collectie van vooral glaswerk, zagen we de tentoonstellingen Klaas Gubbels 85 jaar en Ayako Rokkaku. Verder hadden we het geluk dat we het museumhuis van kunstenaar en medeoprichter van het museum, Jan Verschoor, mochten bezoeken, een huis vol kunstwerken van hemzelf, maar ook van onder andere Miro en Jan Schoonhoven.

Het concept van de museummeet is eenvoudig. We spreken af in het museumcafƩ of een cafeetje in de buurt om elkaar te ontmoeten en gaan dan na de kennismaking het museum in. Het bekijken van de tentoonstelling doe je in je eigen tempo, alleen, met zijn tweeƫn of met elkaar, precies zoals het uitkomt. Tussendoor of na het bezoek drinken of eten we nog iets met elkaar, als je daar zin in hebt. Het is dus heel vrijblijvend, maar door de kennismaking vooraf wel gezellig. Je bent niet alleen in het museum, maar kan van gedachten wisselen met elkaar over datgeen wat je ziet. Dat maakt het voor mij in ieder geval leuker dan alleen een museum bezoeken.

Na de zomervakantie ga ik zeker weer nieuwe museummeets organiseren. Er zijn genoeg mooie musea en er komen vast weer interessante tentoonstellingen om naar toe te gaan. Als je zin hebt om een keer mee te gaan, houd de site dan in de gaten. Heb je leuke ideeƫn voor een museummeet? Laat het me weten! Je kan me ook volgen op Instagram via Museummeetspaulien en/of Paulienwashere of je meldt je aan op Facebook bij de Museummatchgroep. Tot ziens bij een volgende museumontmoeting!

Museummeet Erwin Olaf

Zaterdag 20 april was de eerste museummeet die ik organiseerde. Op de site van museumkaart kan je op zoek naar iemand om samen een museum te bezoeken, het leek mij echter nog leuker om met een aantal mensen een museum te bezoeken. Het idee van een Museummatchgroep was geboren. In de Facebookgroep kan je makkelijk met elkaar in contact komen en daarnaast zal ik met enige regelmaat een museummeet organiseren. De eerste museummeet ging naar het Gemeentemuseum Den Haag voor de expositie van Erwin Olaf.

Rond 12.00 uur hadden we afgesproken in het cafĆ© van het museum, maar al in de tram was er al een ontmoeting met de eerste dames. Na de koffie gingen we naar de expositie. Het kijktempo verschilde nogal, waar de een de foto’s uitvoerig bekeek, was de ander al snel klaar. Ondanks het mooie weer was het behoorlijk druk in het museum.

De foto’s en video-installaties in het Gemeentemuseum (werk van na 2000) spraken mij persoonlijk meer aan dan het werk dat in het Fotomuseum hing. Maar al met al vond ik het echt bijzonder de moeite waard om deze expositie te bezoeken. De foto’s lijken op het eerste gezicht mooie gestileerde plaatjes, maar overal zitten diepere lagen in. Indrukwekkend hoe Erwin Olaf verhalen vertelt met zijn foto’s.

In het Fotomuseum zijn er ook nog 2 exposities van andere fotografen. Een bijzondere tentoonstelling van Isabelle, Hunts, over de jacht op dieren in verschillende landen. En een expositie van foto’s van Klaus BaumgƤrtner. Hij fotografeert dingen die hij tegenkomt.

De eerste museummeet is voorbij, maar er gaan zekere nieuwe ontmoetingen komen. Want het is gezellig om samen met anderen een museum te bezoeken en tijdens en na het bekjjken van de kunst daar samen over te kunnen kletsen. Volg deze site of de Facebookgroep Museummatch voor nieuwe evenementen.

Bezoek het Waterliniemuseum op Fort bij Vechten

Vrijdagavond 12 april deed ik mee aan een van de MuseumkaartMatchactiviteiten die georganiseerd waren tijdens de Nationale Museumweek. In verschillende musea in het land waren activiteiten georganiseerd waar je als museumkaarthouder aan mee kon doen. Behalve dat je een speciale rondleiding door het desbetreffende museum krijgt, ontmoet je ook andere museumkaarthouders. Een leuk initiatief. Ik had gekozen voor een bezoek aan het Waterliniemuseum in Bunnik, Fort bij Vechten.

Fort bij Vechten is het op een na grootste fort van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Samen met een aantal andere forten zijn zij gebouwd om in geval van oorlog de stad Utrecht te beschermen. Gelukkig is het nooit zo ver gekomen, al hebben onder andere in de Eerste Wereldoorlog en vlak voor het begin van de Tweede Wereldoorlog er wel soldaten in dit fort gemobiliseerd gezeten. Er is echter nooit vanuit dit fort gevochten. Tegenwoordig is er rondom dit fort van alles te beleven, er zijn talloze outdooractiviteiten te doen, er kunnen feesten worden gegeven en er is het Waterliniemuseum.

Het Waterliniemuseum vertelt het verhaal van de verdedigingswerken van Nederland. Het laat je zien hoe vanuit de verschillende forten een stad als Utrecht verdedigd kon worden. Je ziet dat door het laten vollopen van de polders de vijand niet meer bij de stad kon komen. Het leukste vond ik de virtuele parachutesprong die je kan maken en waarbij je de waterlinie onder je tot leven ziet komen. Met filmmateriaal, foto’s en allerlei interactieve elementen beleef je de waterlinie. Daarnaast zijn er ook rondleidingen over het fort waarbij je een goed beeld krijgt van de functies van het fort en het leven in het fort. Net als veel andere forten ligt ook Fort bij Vechten weer in een prachtige omgeving en is het genieten van de mooie natuur. Je kan er heerlijk wandelen en fietsen.

Vlak bij dit Fort ligt Fort Rhijnauwen. Dit fort is in de winter gesloten, omdat er een grote hoeveelheid vleermuizen overwintert, maar in de zomer zijn er wel rondleidingen mogelijk. Er is een wandeltocht tussen de 2 forten en die wil ik ook beslist nog een keer doen. Geen superlange tocht, ik geloof nog geen 4 kilometer, maar wanneer je beide forten bezoekt, heb je toch een hele leuke dag! En vlakbij Fort Rhijnauwen zit een leuk pannenkoekenrestaurant waar je heerlijke pannenkoeken kan eten in een fantastische tuin. Maar ook op Fort bij Vechten is er horeca aanwezig.

Ik had een hele leuke avond met allemaal gezellige mensen. Het was erg leuk om een rondleiding over het fort te krijgen, het Waterliniemuseum te bezoeken en ook nog een Meet and Greet te hebben met de kunstenaars van de expositie Geeft Acht! Schone kunst van militaire kleding. Deze expositie was echter maar tot 14 april te zien. Eind april is er weer een nieuwe tijdelijke expositie, een Kinder Doe Expo Nurdius Maximus.

Vind je het ook leuk om samen met anderen naar een museum te gaan? Onlangs ben ik op Facebook gestart met de Museummatchgroep. In deze groep kan je makkelijk op zoek naar een of meerdere maatjes voor een museumbezoek, maar ik zal ook een aantal keer per jaar een museummeet organiseren. We ontmoeten elkaar dan bij een leuk museum, bekijken dit en drinken na afloop nog wat met elkaar. Zin om mee te doen? Meld je aan.

%d bloggers liken dit: